Zoals ik het geleerd heb ….

moeder-re Het Koloniaal verleden van Nederland

Dat is de navolgende periode: In het grijze verleden werden veel landen (meestal door Europese landen) veroverd vanwege economische belangen (grondstoffen, arbeiders en andere producten). Maar ook gewoon voor uitbreiding van hun macht en aanzien in de wereld.

Dat veroverde land werd dan een soort nieuwe “woonplaats” (een kolonie) die voortaan bij de veroveraar hoorde en zich dus moest houden aan die wetten en regels. 

Zo’n land was nu bijv. Nederlands Oost Indië of Nederlands Indië (tegenwoordig Indonesië) en behoort tot de Indische Archipel, een zeer grote eilandengroep tussen Zuidoost Azië en Australië. (Er was ook een Nederlands West Indië met o.a. Suriname)

De Portugezen waren eigenlijk de eerste veroveraars in de 16e eeuw. Zij kwamen voor specerijen, zoals peper en nootmuskaat. Veel mensen daar hadden/hebben dan ook een Portugese naam in hun familie. De Maleise taal (nu Indonesisch) heeft ook veel Portugese woorden (Arabisch). 

 Zo’n Regering stuurde dan een soort toezichthouders (o.a. gouverneurs) die moesten zorgen dat alle wetten en regels werden uitgevoerd. Na een tijdje kwamen familieleden en  emigranten o.a. uit andere Europese landen. Deze kregen altijd goed betaald werk en goede woningen, in vergelijking tot de oorspronkelijke bevolking (de Indonesiër). De woningen waren normale tot zeer grote stenen huizen in goede wijken, terwijl de bevolking in van bamboe gevlochten woningen leefden. Dit had niet alleen te maken met hun positie, maar was ook handig omdat die dicht bij hun werk kon worden gebouwd en het materiaal was ideaal vanwege het klimaat. Alle familieleden werkten mee en samen vormden ze dan een soort dorpje of kampong of desa. Tegenwoordig zijn die huizen in elk geval voor de helft van steen.

Zo ontstonden er dus gemengde huwelijken tussen Europeanen onderling, maar ook met Indonesiërs w.o. Ambonezen (Molukkers) en Chinezen.  Alle nazaten werden Indo-europeanen genoemd (ook wel Indo’s). Deze benaming is eigenlijk niet goed, omdat het daardoor lijkt alsof zij dezelfde cultuur en religie als de oorspronkelijke bevolking zouden hebben, wat niet het geval was.

Bij de Onafhankelijkheids onderhandelingen over Nederlands-Indië in 1945/1949 gebruikte de Nederlandse regering deze term om duidelijk te maken wie uitsluitend recht had op een Nederlands paspoort om in Nederland te kunnen wonen (Als je in Indonesië wou blijven moest je de Indonesische nationaliteit aannemen). De mensen die wel naar Nederland vertrokken werden/worden hier Indische mensen genoemd.

Nederlands-Indië was een paradijs om in te wonen, vooral als je daar geboren bent! De zon scheen/schijnt altijd en er zijn maar 2 seizoenen.  Zomer en “winter” en die winter heet natte moesson, ongeveer van november tot januari. gezin-re-voor-1940 

Dan regent het heel hard en lang, soms wel een hele dag. De straten liepen onder water, tot aan je knieën,  en kinderen speelden er met veel plezier in.

De natuur is prachtig, overal groeiden vruchtbomen waar je zo een vrucht vanaf kon plukken. Zoals bijvoorbeeld bananen. Het eten was/is geweldig lekker, Indonesië heeft een hele bijzondere keuken. Er groeit rijst – koffie – thee – cacao en rubber en in de grond zat o.a. ook goud en zilver!     

Ondanks verschillende religies leefde iedereen in vrede met elkaar. Christenen – Islamieten – Hindoes en Boeddhisten allemaal door of naast elkaar. Op de basisschool leerde je ook Maleis, dat was niet zo moeilijk omdat je toch iedere dag met die mensen omging. Veel Nederlandse woorden die vaak gebruikt worden komen uit het Maleis, zoals pisang (banaan) – pienter (knap) – piekeren (nadenken) – branie (durf).

De traditionele muziek is gamelan, te vergelijken met de Europese klassieke muziek. Klassiek ballet heet o.a. Srimpi en Wayang Wong, die legendes over de goede en kwade goden uitbeelden. Ook de poppenspelen, o.a. Wayang Kulit (een schimmenspel). De stok-poppen worden gemaakt van buffel- of geitenleer en beschilderd. Ze worden door een poppenspeler achter een wit doek of scherm bewogen. Achter die poppen brandt een lamp om schaduwen te krijgen. Er was (en is) ook andere kunst en kunstnijverheid, zoals batik (textiel met de hand met speciale verf bewerken) – zilver- en goudsmeedwerk – beeldhouwers (hout + steen) en schilders.

Dit alles wordt het Erfgoed genoemd, Het Koloniale Erfgoed waarvan heel veel mensen (en zeker kinderen) hier weinig of niets afweten, terwijl dat land toch bij Nederland hoorde!. Soms weet men nog wel dat ze een familielid hebben die daar geboren is, een oma of opa.    

Heel veel Indische mensen praten niet zo makkelijk meer over die tijd, vooral omdat het nog steeds “pijn” doet om al die mooie dingen te hebben moeten achterlaten, terwijl ze eigenlijk niet weg wilden gaan! Maar ook omdat (vanaf de Onafhankelijkheid van Indonesië in 1950) de Nederlandse Regeringen nooit echt aandacht hiervoor en voor hun hebben gehad.

Die Indo’s hadden ook meegewerkt aan de rijke inkomsten van Nederland en zijn Koninginnen! En ze zijn voor “Koningin en Vaderland” gesneuveld in de oorlogen (met Japan en later Indonesië).  Nu nog steeds proberen Zij een schadevergoeding te krijgen voor al de erge dingen die er zijn gebeurd en alle zaken die ze zijn kwijt geraakt. Tot nu toe, 60 jaar later!, is er nog steeds geen vergoeding of oplossing voor gevonden.

Gelukkig zijn er Indische stichtingen die nu hun uiterste best doen om dat op te lossen en ook om het/ons Erfgoed te bewaren. Zoals o.a. Arjati en Pelita.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.