Uitnodiging 2e bijeenkomst ‘Wat is Indisch ………’

Op vrijdag 25 maart jl. was de aftrap van een aantal bijeenkomsten, waarbij jongeren op zoek gaan naar hun Indisch zijn.  Aangezien een stukje historisch besef belangrijk is, alvorens we op zoek kunnen gaan naar wat Indisch zijn voor iemand al dan niet betekent, was het thema van de eerste bijeenkomst ‘Van Nederlands Indië – Indonesië ‘.  Dit thema is zeer enthousiast door Bert Oudenhoven aan de aanwezigen overgebracht.

Op vrijdag 6 mei a.s. organiseert Arjati haar tweede bijeenkomst, waarbij de  jongere één element van het Indisch zijn  centraal kan stellen. Dit nemen we als vertrekpunt, waarbij we stap voor stap terug gaan in de tijd. Op deze manier proberen we te ontrafelen waar dit Indisch erfgoed vandaan komt en op welke manier de geschiedenis dit heeft beïnvloed.

Om aan deze 2e bijeenkomst mee te kunnen doen, is het niet noodzakelijk om bij de 1e bijeenkomst aanwezig geweest te zijn.  Iedereen is van harte welkom op vrijdag 6 mei van 19.00 uur – 21.30 uur in basisschool De Driezwing aan de Oeverzegge 1 te Breda.

Ben je geïnteresseerd in de informatie van de 1e bijeenkomst, dan volgt hieronder in vogelvlucht het verhaal wat Bert Oudenhoven heeft gepresenteerd.

De periode 1602-1830: de relaties tussen Nederland en Nederlands-Indië dateren van het einde van de 16e eeuw. Na de mislukking een noordelijke doorvaart naar Indië te vinden (Barentsz en Heemskerk op Nova Zembla) vertrok een expeditie onder De Houtman en De Keyser in 1595 uit Amsterdam en bereikte juni 1596 Bantam op West Java. Om een einde te maken aan de onderlinge concurrentie werd in 1602 de Verenigde Oost-Indische Compagnie (de VOC) opgericht, die een octrooi kreeg voor de handel ten oosten van Kaap de Goede Hoop. Van 1602 tot 1750 behaalde de VOC, de grootste handelsonderneming ter wereld, enorme winsten uit de specerijenhandel en later uit de handel in koffie en suiker.

Na 1750 trad het verval in vanwege de concurrentie van de Engelse East India Company, de corruptie van het VOC-personeel en het gebrek aan kapitaal. De Vierde Engelse Zeeoorlog (1780-1784) was de genadeklap. De VOC werd in 1790 onder toezicht van de Staten Generaal geplaatst, in 1795 genationaliseerd en in 1799 definitief opgeheven. De Engelsen bestuurden in de Franse Tijd tot 1815 de kolonie; in 1816 kwam de archipel weer in Nederlandse handen. Om Indië weer winstgevend te maken voerde Van den Bosch in 1830 het Cultuurstelsel in, waarmee over de ruggen van de Javaanse boeren enorme winsten gegenereerd werd: de z.g. ’batige sloten’! Het werd de kurk waarop de Nederlandse economie dreef.

Na 1848 kwam er steeds meer kritiek op het Cultuurstelsel met als hoogtepunt de kritiek van Multatuli in de ‘Max Havelaar’. Steeds meer mensen raakten ervan overtuigd dat er voor de inheemse bevolking meer gedaan moest worden: de ‘Ethische Politiek’. In het kader van deze politiek werd in Indië de gezondheidszorg, de infrastructuur, het onderwijs etc. verbeterd.

Deze veranderde inzichten in Nederland en de ontwikkelingen elders in Azië leidden tot nationale bewustwording en de opkomst van bewegingen en partijen in Indië: in 1908 de vereniging Boedi Oetomo (Het Schone Streven), in 1912 de Indische Partij en de Sarekat Islam, in 1914 de Indische Sociaal Democratische Vereniging (sinds 1920 de Partai Komunis Indonesia, PKI) en in 1927 de Perdidikan Nasional Indonesia, de PNI, van Soekarno en Hatta. Deze laatste partij streefde naar de onafhankelijkheid van Indonesië: ‘Indonesia Merdeka’. Het Nederlandse gouvernement wist niets beters te bedenken dan tegen de leiders van de PNI hard op te treden: zij bleven met korte onderbrekingen tot 1942 (toen zij bevrijd werden door de Japanners) gevangen in Boven Digoel of elders in de archipel. Het gouvernement maakte van Indië een ware politiestaat!

In 1942 veroverde Japan in korte tijd de archipel, hetgeen op de inheemse bevolking diepe indruk maakte en het Nederlandse aanzien in Indië geen goed heeft gedaan. De Nederlandse bevolking verdween achter prikkeldraad: de interneringskampen. Tijdens de oorlog groeide vooral onder de Indonesische jeugd, de ‘pemuda’s’, het nationalisme en de anti-Nederlandse gevoelens. Op 17 augustus 1945 riepen Soekarno en Hatta, onder druk van de pemuda’s, de onafhankelijkheid van Indonesië uit: een periode van chaos en ordeloosheid brak nu aan: de ‘Bersiap-periode’, waarin veel Nederlanders en Indo-Europeanen vermoord werden met als hoogtepunt de ongeregeldheden in Soerabaja.

In Nederland begreep men weinig van wat er in Indië aan de hand was: ‘Wij hebben Indië nodig en Indië ons’! Van het verlenen van onafhankelijkheid was derhalve geen sprake. Men zag Soekarno en Hatta als collaborateurs, als ‘Musserts’. Onderhandelingen op de Hoge Veluwe (april 1946) en in Linggadjati (november 1946) haalden weinig uit. Het voorlopig akkoord van Linggadjati leidde tot verschillende interpretaties en uiteindelijk in juli/augustus 1947 tot de ‘Eerste Politionele Actie’, ‘Operatie Product’. Het was een militair succes, maar ook een politieke mislukking vanwege de bemoeienis van de Verenigde Naties. Een nieuw akkoord (de Renville-overeenkomst) leidde tot nieuwe spanningen en in december 1948 tot  de ‘Tweede Politionele Actie’. Internationale druk van de VN, Amerika, Australië en enkele onafhankelijk geworden Aziatische staten leidde tot een definitief akkoord met als uiteindelijk resultaat de soevereiniteitsoverdracht op 27 december 1949.       

2 reacties op “Uitnodiging 2e bijeenkomst ‘Wat is Indisch ………’

Laat een reactie achter aan Arjati Reactie annuleren

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.