De drijfveren van vrijwilliger Henk Kemper

saamhorigheid carina en henk

Henk Kemper is één van onze gedreven vrijwilligers, die behoort tot de 1e generatie. Iemand die als tiener de oorlog in Nederlands Indië aan den lijve ondervonden heeft en niet los kan laten. Op allerlei mogelijke manieren probeert hij de gebeurtenissen vast te leggen voor het nageslacht, opdat er niet vergeten wordt.
Zo zijn er verschillende mensen bij Henk op bezoek geweest om naar hem te luisteren en zijn zijn verhalen verwerkt in o.a. de film Soerabaja Surabaya en het oral history project van het Bredaas Stadsarchief.

 

Met het oog op de naderende 15 Augustus Herdenking in Breda, waarbij Stichting Arjati de bersiap als centraal thema heeft gekozen, is het verhaal van Henk, opgetekend door Yvonne, zeer toepasselijk om ongewijzigd te presenteren.

BERSIAP IN SOERABAJA 1945

Toen in Europa de 2e Wereldoorlog op 10 mei 1945 officieel was afgelopen, duurde het nog tot 15 augustus vóór dat dit ook in Azië het geval was. Daar capituleerde Japan na de aanvallen door de Amerikanen met atoombommen op Hiroshima en Nagasaki.

Tijdens de oorlog was al overeengekomen dat de Engelsen Neder­lands Oost-Indië zouden bevrijden. Omdat zij nog te doen hadden in hun eigen kolonie Voor-Indië, het latere India/Paki­stan, kon­den ze op 15 augustus de macht in Indië niet overne­men.

De Indonesiërs, met name de jongeren (Pemuda’s: muda = jong) vonden de tijd rijp voor zelfbestuur. Als ze nú de macht niet grepen, kregen ze de kans mis­schien niet meer. Tijdens de Japanse bezetting al door de Japanners getraind en met van Japan­ners gestolen of gekregen wapens en met gepunte bamboes (bambu run­cing) trokken ze door de steden en probeerden de macht over te nemen.

 Vooral in Soerabaja was het heel erg.

Overal werden Hollandse en Indische mannen en jongens boven de 13 jaar uit de huizen gehaald en van de straat geplukt. Ze werden op vrachtwagens geladen en wegge­bracht. Hierbij zijn velen omgeko­men.

Op 15 oktober 1945 (later ‘Bloedige Maandag’ genoemd) worden ongeveer 1500 mannen en jongens uit hun huizen en van straat gehaald en naar het Pemuda hoofdkwartier gebracht. Dat was onder­gebracht in het gebouw van de beroemde en deftige Simpang soci­teit.

Het was al dagen eerder begonnen. In totaal zouden er later 2348 gevangen bevrijd worden; er moeten dus veel meer mensen opgepakt zijn.

Er was een afspraak over non-interventie gemaakt, zodat de Engel­sen zich er niet mee bemoeiden en de Indonesiërs hun gang konden gaan. Pas toen een Engelse generaal -Mallaby- door de Indonesiërs werd vermoord, grepen ze in.

 Henk Kemper 16 jaar, Benno Duykers 16 jaar, Jim Dozy 14 jaar en Jos v.d. Nieuwenhof 14 jaar, woonden toen -als enige man­nen- met de anderen van de families in het huis in de Wiese­straat. Op deze dag (15 okt.) kwamen de Pemuda’s en zijn ze uit huis gehaald en op vrachtwagens geladen. Het zou de volgende dag Jim’s ver­jaardag zijn en ze zouden erwtensoep eten, wat zijn lieve­lingsge­recht was.”Dat loop ik nu ook mis”, zei hij.

De moeders konden de jongens nog wat geld toestoppen voor ze verdwenen. Ook een pan eten werd meegegeven. Benno had de pan, maar Jos overreedde hem deze pan aan hem te geven. Waar die ge­bleven is is onduidelijk.

 Ze werden om 10.00 uur ’s morgens uitgeladen op het terrein van de Simpang­club; moesten zich uitkleden tot ze op de onderbroek na naakt waren en hebben met hun handen in de lucht en omhoog kijkend de rest van de dag moeten doorbrengen. Ze mochten niet zien wat zich daar afspeelde. Waarschijnlijk is iedereen vermoord, die dit niet vol­hield. In ieder geval zijn er slachtoffers gevallen, wat te horen en te ruiken was. Henk stond ergens in een rij, met achter zich Benno en Jim. Soms werden mannen door de Pemuda’s meegenomen naar binnen. Wat daar gebeurde wist je niet. Velen kwamen daarvan ook niet terug. Af en toe mochten mensen naar binnen om te drinken. Ook Henk mocht een keer gaan drinken in een badkamer. Daarbij zag hij dat er in die badkamer onderdelen van vermoorde mensen lagen en alles onder het bloed zat. Daarna werd hij weer teruggebracht naar de plaats waar hij eerst stond.

 Henk voelde zich zó machteloos in deze situatie, waarin meer dan 2000 mannen onder schot gehouden werden door een paar Indonesiërs en niemand iets durfde te ondernemen, dat hij zich ter plekke heeft voorgenomen zich nooit meer zo machteloos te voelen. Waar­schijnlijk is deze gedachte van invloed geweest op de rest van zijn leven.

 Tegen de avond werd iedereen weer in vrachtwagens geladen en weggebracht naar de gevangenis in de Werfstraat. De toestanden in de gevangenis waren erg. Op de binnenplaats werden de gevangenen opgewacht en velen werden dood ­ge­knup­peld. Daar aangeko­men moes­ten ze van de vrachtwagen springen en wie dat niet behoorlijk lukte werd dood geknuppeld. Van de poort naar de cellen was een lange gang. Hier werden de mannen door gevoerd om spitsroeden te lopen tussen rijen Indo­nesiërs (gevangenen) die met knuppels, run­cings en ander wapen­tuig sloegen. Wie viel werd ver­moord. Henk kreeg een klap op zijn achterhoofd, Jim kreeg een klap op zijn schouder, maar het lukte hun om bij Benno in de buurt te blijven en om samen in één cel terecht te komen. Een cel waar meer dan 2 maal zoveel mensen in gepropt werden dan er in pasten.

 Voorlopig waren ze binnen en veiliger dan degenen die buiten waren. Zij hadden kans gezien bij elkaar te blijven en het te redden tot in de gevangenis, in tegenstelling tot velen die ver­moord voor de poorten lagen.

 Jos bleek er overigens niet bij te zijn. Hij had onderweg in de vrachtwagen naar de Simpangclub kans gezien een rood-wit Indone­sisch ‘vlaggetje’ te maken. Allen die zo’n teken hadden werden gescheiden van de anderen en ergens anders heen ge­bracht. Wat er met hen gebeurde weet Henk niet. Met Jos was ook de pan rijst verdwenen.

 Drie dagen kregen ze geen eten of drinken. Daarna kregen ze rijst met visjes (pindang), herinnert Henk zich. Dit smaakte ons heel goed, misschien wel door de honger. Maar later in 1996 in Soera­baia heb ik het weer gegeten en het smaakte nog steeds zoals het in mijn herinnering was. De drie jon­gens hadden een slaapplaats aan het verste eind van de cel in de buurt van een raampje. Aan de kant van de deur was een hurk WC, met daar­naast een ton water. Op een keer was deze WC totaal ver­stopt, wat natuurlijk en af­schuwelijke stank veroor­zaakte. Henk heeft hem toen doorgestoken met zijn arm. Dat hadden anderen gezien en toen het weer eens verstopt raakte vroegen ze Henk om het gat weer door te steken. Omdat iemand toch íets moest doen, heeft Henk toege­stemd. Hierte­genover stond dat hem sigaret­ten werden aangeboden om dit al rokend te doen, zodat hij wat minder last zou hebben van de        stan­k. Ook wilde hij zeep van ie­mand, zodat hij zich daar­na be­hoor­lijk van de viezigheid kon ont­doen.

 Een bewaker, die vroeger onder de Nederlanders ook al in deze gevangenis werkte, heeft zich op 9 november gemeld bij de Engelse autoriteiten en verteld hoeveel Nederlanders in de gevangenis zaten. Ze hadden al een paar dagen geen eten meer gekregen en nu stonden er vaten vergiftigd eten klaar, zodat iedereen gedood zou worden als het aan de hongerige mensen werd uitgedeeld. Ook ston­den er vaten olie overal voor de deuren met de bedoeling daarna de hele zaak in brand te steken.

Een Hollander – Jack de Boer- heeft toen 2 uur moeten praten met de Engelsen en kreeg toen hulp om een reddingsactie te beginnen. De Engelsen wilden echter niet veel meegeven, want ze hadden weinig ver­trouwen in de goede afloop en wilden er niet te veel mensen en materieel aan wagen.

Op de nacht van vrijdag 9 en zaterdag 10 november kwam de bevrij­dingsactie door deze Hollander, 10 Gurka’s (India­se soldaten) en een tank. De tank had een groot gat in de achtermuur van de ge­vangenis geschoten om de Indische soldaten naar binnen te bren­gen. Alle Nederlandse gevange­nen werden onge­deerd be­vrijd; alle Indonesiërs zijn bij de aanval omgekomen. De bevrijde Nederlan­ders werden naar de haven Tanjung Perak gebracht en onderge­bracht in het marine etablissement aan de Ktuizerkade. Daar kregen zij erwten­soep met veel varkensspek te eten, waar ze allemaal buik­loop van kre­gen.

 Het heeft nog tot januari 1946 geduurd vóór Soerabaja bevrijd was.

 

Deze gebeurtenissen hebben Henk nooit meer losgelaten en hij kan maar niet vergeten. Maar wat voor hem geldt, gold niet voor zijn inmiddels overleden broer Louis. Hij ging daar anders mee om. Zijn gedachten heeft hij onder woorden gebracht in onderstaand gedicht, dat Henk ons niet wil onthouden. Dank je wel Henk dat je dit met ons wil delen.

WEERZIEN

Je was anders, dan ik me kon herinneren

Eigenlijk een vreemd land in een andere tijd.

Toen je zonneschijn, die ik als een waas voor me zag

de hele wereld vulde, waar jij mijn middelpunt van was.

Bekeek ik je toen anders dan nu?

Of zag ik toen meer, wat ik nu niet zie?

Toen ik jong was en veel van je hield

maar in jouw nabijheid ook kon huiveren,

me onzeker voelde, wee van binnen en toch nooit wilde opgeven,

voelde ik toen meer dan ik zag?

Of zag ik anders; meer met m’n hart dan met mijn ogen.

Ik was jong, vroeg me vanalles af, luisterde;

ook waar het huiveren vandaan kwam.

Jij was daar toch als stralend middelpunt,

als godin zoals honderden jaren geleden.

Ik zocht en moest een keuze maken; maar zoals de jeugd, blind van vertrouwen,

slechts hopend en verlangend naar een goed einde.

Uitziend naar die ene glimlach van je, die zo vluchtig was,

als een zonnestraal in de winter,

maar in mijn gedachten levend gehouden.

Dit zijn slechts dichtwoorden en dus illusies van het ergste soort,

die de zwaarmoedigheid verergeren,

het hart dichtknijpen en tenslotte doet barsten.

Ledigheid, armoede en de dood blijven in deze wereld over,

die diep in mijn binnenste gebald en gedrukt zitten.

Opgeklommen uit een duister dal van weemoed,

genezen door de tijd, door een nieuw ervaren en

uiteindelijk geheeld en een litteken rijker.

Vergeet nooit dit hart,

dat gezicht in die beweging van een lach,

toen in dat verre land.

En nu midden in mijn leven

nu ik je weer ontmoet, weet ik van dat vergeten;

zoals verlangen naar een vervlogen tijd, een illusie is.

Gekoesterd dat wel, maar met smart om een innig verlies.

Maar niet reëel en zeker niet van deze tijd.

Nu weet ik ook dat mijn ogen je anders zien,

dat mijn hart ook anders voelt en klopt.

Dat een stem van toen nu nooit meer wordt begrepen

en met dit weerzien

ik nooit meer de beelden uit mijn jeugd zal tegenkomen.

L. J. Kemper †

 

Als aanvulling op het bericht heeft Henk een aantal foto’s gestuurd, die hij heeft gemaakt tijdens zijn bezoek aan Soerabaja. Samen met een van zijn zoons is hij daar jaren geleden naar toe gegaan om de plek te laten zien waar dit alles zich heeft afgespeeld. Tegenwoordig is van de Simpang soos een monument gemaakt.

werfstraart gevang ingang (2)

gevangenis werfstraat ingang

werfstraat gevang achtermuur waar het gat in is geschoten (1)

werfstraat gevang achtermuur waar het gat in is geschoten

SIUMPANG SOOS

simpang soos

 

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.