Bredase Maand van de Geschiedenis: een terugblik

Waar we dachten dat we vanaf september het ‘normale’ leventje weer konden oppakken, bleek covid-19 toch hardnekkiger aanwezig en werden op 3 december 2021 opnieuw beperkingen opgelegd ten aanzien van culturele en museale activiteiten.

Maar wat een geluk dat we de maanden september, oktober en november de voorgenomen activiteiten in het kader van de Open Monumenten Dagen en de Maand van de Geschiedenis wel hebben kunnen uitvoeren. Stichting Arjati geeft u graag een inkijk in de mooie activiteiten die wij tijdens deze maanden samen met een aantal partners hebben mogen ondernemen.

Het KNIL, een mo(nu)ment om bij stil te staan

Na de succesvolle Open Monumenten Dagen op 11 en 12 september, waarbij Stichting Arjati de expositie over het KNIL als voorloper op de Maand van de Geschiedenis presenteerde, kregen wij het aanbod van Barbara Putters van Breda Promotions om de expositie tot eind oktober in het bedrijfsrestaurant van de Teruggave te plaatsen. Dit aanbod nam Stichting Arjati met beide handen aan en bezoekers, die niet in de gelegenheid waren geweest om de tentoonstelling op een rustige manier te bekijken, konden in de Teruggave in alle rust de 13 panelen over het KNIL lezen. Ook hier waren vrijwilligers van Stichting Arjati aanwezig om – indien nodig – de bezoekers van verdere informatie te voorzien.

De bezoekers waren vol lof over deze expositie, wat ons vervulde van trots. Op dit moment is de expositie veilig opgeborgen, maar is, wanneer u aandacht aan het KNIL wil besteden, in overleg beschikbaar voor uw school of bedrijf. Wilt u daar meer over weten, neem dan contact op via info@arjati.nl

Erik Becking: Tussen twee Vuren

Op 10 oktober werden 30 bezoekers meegenomen met een indrukwekkend verhaal van Erik Becking. De locatie van zijn presentatie was boekhandel  Van Kemenade & Hollaers. René Hollaers opent de middag en heet iedereen welkom. Daarna werd het woord gegeven aan Rob Adolphs, dagvoorzitter voor deze middag en vrijwilliger van Stichting Arjati. Rob legt uit wat de doelstelling  van Stichting Arjati is. Hierna introduceert hij Erik Becking.

Erik Becking is geboren en opgegroeid tussen de Papua’s, als oudste zoon van twee Indo-pioniers, die na acht jaar bloedige oorlog naar Nieuw-Guinea waren gevlucht. Helaas moest het gezin ook dit paradijs eind 1962 omruilen voor een houten barakkenkamp in Rotterdam. Erik tekende na de middelbare school voor het leger, om twintig jaar later als kapitein af te zwaaien en zich aan andere zaken te wijden.

In 2020 kwam zijn boek ‘Tussen twee Vuren’ uit. Daarin beschrijft hij wereldgebeurtenissen, maar dan aan de hand van het immense leed dat de kleine mens, de ware slachtoffers, hiervan ondervonden. Op welke wijze vredige levens en gevonden paradijzen wreed verstoord kunnen worden door oorlog. Dan begint Erik aan zijn imponerende presentatie. Hieronder volgt een korte samenvatting.

Tussen twee vuren. Een familiekroniek over Nederlands-Indië en Nederlands Nieuw-Guinea

In het boek ‘Tussen twee vuren’ doet Erik Becking filmisch verslag van de avonturen van zijn familie in Indië en Nieuw-Guinea. Hij beschrijft in detail hoe de vredige levens van de families Marks en Becking in Indië wreed worden verstoord als ze te maken krijgen met de Japanse overheersers en later de Indonesische pemuda’s en peloppers, die hen naar het leven staan. Letterlijk en figuurlijk bevinden ze zich ‘tussen twee vuren’ en gebruik makend van hun aanpassingsvermogen en vastberadenheid weten de meesten te overleven te midden van chaos, hongersnood en geweld. Na de soevereiniteitsoverdracht aan de Republiek Indonesië kiezen ze voor een bestaan in het aan Indo’s beloofde land: het ruige Nieuw-Guinea.

Daar treffen de Marksen Karel, zoon van de beroemde KNIL-kapitein L.Th. Becking, stichter van Tanah Merah in het oerwoud van Centraal Nieuw-Guinea. Karel en Constance Marks trouwen met elkaar. Zij genieten van een zorgeloos leven, ondanks de harde strijd om het bestaan. De kinderen Erik, Richard, Milly, Gerda en Jeane wanen er zich in het paradijs. Ze delen het land met hun geliefde Papua’s. Maar Indonesische infiltranten trachten het land te ontwrichten om het vervolgens toe te eigenen. Uiteindelijk wordt Nederland gedwongen zijn laatste kolonie af te staan aan de Verenigde Naties, die het eiland vervolgens overdragen aan de ‘Republik Indonesia.’ Nederlands-Nieuw-Guinea bestaat niet meer en de familie Becking moet dit aan de indo’s beloofde land ontvluchten. Het afscheid van de Papua-vrienden valt zwaar, en de tocht naar Nederland is onvermijdelijk.

Zijn verhaal doet veel stof opwaaien tijdens het vragenuurtje. Sommige mensen uit het publiek werden iets of wat emotioneel. Voornamelijk wanneer er sprake was van Indonesische infiltranten. Er was sprake van een innige interactie met het veelal “Indische” publiek en Erik. Eric kon goed inspelen op hun emoties.

De lezing was voor iedereen zeer waardevol. Na het laatste applaus en de bloemen kon Erik beginnen met het signeren van de boeken die gretig verkocht werden.

Tekst: Rob Adolps, vrijwilliger Stichting Arjati

Diederik Samwel: De Tropenvader

Zondag 17 oktober was er een interessante literaire middag bij boekhandel Van Kemenade & Hollaers. Gast was de auteur Diederik Samwel, wiens vader en grootvader zeer traumatische gebeurtenissen meemaakten in Zuidoost Azië ten tijde van de Japanse bezetting van Nederlands Indië en het begin van de daaropvolgende onafhankelijkheidsoorlog. Diederik heeft de herinneringen van zijn grootvader, maar vooral die van zijn vader, aan die afschuwelijke tijd gebruikt als inspiratie voor zijn roman Tropenvader.

Ik mocht deze middag organiseren als lid van de Culturele Werkgroep van Stichting Arjati en kon Diederik interviewen over zijn boek. Dat was een heel prettige ervaring. Diederik is een zeer open en benaderbare schrijver. Hij kwam graag over zijn boek vertellen, te meer omdat het boek net voor de COVID-lockdown was verschenen en hij daardoor weinig aan publiciteit had kunnen doen.

Het boek kan beschouwd worden als autofictie: de schrijver heeft een roman willen schrijven met alle literaire vrijheid die daarbij hoort. Maar hij heeft uitgebreid gebruik gemaakt van feiten uit zijn vaders leven en dat van hemzelf. Hij bleek bovendien bereid zijn lezerspubliek te helpen met het ontwarren van feit en fictie. Dat leidde tot een vruchtbare en interessante dialoog tussen de schrijver, het publiek en mij als interviewer.

Het boek is geschreven vanuit het perspectief van de – in Nederland geboren – zoon Erik, in wie wij veel van de schrijver Diederik herkennen. Hij probeert zijn door trauma’s beschadigde, maar zeer charismatische vader Fred te begrijpen en te waarderen. In de loop van het boek slaagt hij daarin ook steeds beter en ontstaat er toenadering tussen vader en zoon. Maar aan het eind van het boek neemt het verhaal een onverwachte draai die daar een abrupt einde aan maakt.

Ik denk dat de bezoekers van die middag het met mij eens zijn dat Diederik Samwel een openhartig inkijkje bood in het schrijfproces van deze boeiende roman. Een roman die, hoewel maar weinig scenes zich daadwerkelijk afspelen in de archipel, bij de Indische gemeenschap in Nederland tot veel herkenning zal leiden. De Tropenvader van Diederik Samwel, ISBN 978 94 93095 29 8, kan ik dan ook van harte aanbevelen.

Tekst: Dirk Thijssen, vrijwilliger Stichting Arjati

Kevin Felter: Kind in Indië

Op 30 oktober 2021 werden ca. 40 bezoekers ontvangen in het Stedelijk Museum in Breda om het verhaal van Kevin Felter  te beluisteren. Dagvoorzitter Rob Adolphs verwelkomde de aanwezigen en na enige opmerkingen over de corona maatregelen heeft hij Kevin geïntroduceerd.

Kevin komt uit Dordrecht en is 29 jaar oud. Hij werkt bij het RIVM als projectleider bij de afdeling milieukwaliteit. Hij heeft Chemical Engineering gestudeerd in Delft. Zijn moeder is Hollands en zijn vader Indisch. Van zijn vaderskant is zijn interesse in het Indisch stamboom onderzoek ontstaan.

Kind in Indië

In het boek Kind in Indië, Jeugdjaren en familieleven in Nederlands-Indië, komen dertig Indische Nederlanders, laatste ooggetuigen van een koloniaal tijdperk, aan het woord over hun jeugd gedurende de eerste helft van de twintigste eeuw in Nederlands-Indië. Sommigen doen voor het eerst hun verhaal. Voor enkelen van hen, spijtig genoeg, werd het de laatste keer.

Ze vertellen over hun leven voor en in de Tweede Wereldoorlog en tijdens de Bersiap en hun repatriëring naar Nederland. Getuigenissen van uitzonderlijke en veelal ingrijpende ervaringen, die deze kinderen van toen tot overlevenden heeft gemaakt. Ze vertellen over hun omgang met bedienden, over eten en magie, de tropische natuur, hun internering en vervolging in Japanse kampen en hun angsten tijdens de onafhankelijkheidsoorlog. Maar ook over vrolijke belevenissen op de lange bootreis terug wordt verteld.

Aan de hand van uitgebreid archiefonderzoek – waarbij gegevens van onder meer kerken, de burgerlijke stand en VOC-archieven zijn gebruikt – zijn voor dit boek markante Indische familieverhalen en -legendes onderzocht. Uit losse archiefdocumenten zijn Indische stambomen opgebouwd die ons een verrassend beeld verschaffen van de oorsprong van Indische Nederlanders en de beroepen die ze in de Oost uitoefenden.

Voor het Indisch stamboom onderzoek is Kevin diep gedoken in diverse bronnen. Zo heeft hij als voorbeeld een beeld geschetst van familie Tan. Familie Tan woonde rond 1932 in Surabaya en was zeer welvarend. Via kerk registraties heeft hij ontdekt dat familie Tan oorspronkelijk uit een dorp in China kwam. Later hebben familie leden ook dit dorp kunnen bezoeken, waar zij zeer uitbundig welkom werden geheten.

Als tweede voorbeeld werd de familie geschiedenis van familie Hoed geschetst. Oorspronkelijk kwam een voorouder van de familie uit Ghana, West Afrika. Hij werd ingescheept op één van VOC schepen die naar Indië voerde. Eén van de voorouders werd in de 19de eeuw gerekruteerd bij het KNIL. Zijn Afrikaanse naam werd abusievelijk veranderd in HOED. Sinds die tijd heet de familie “HOED”.  Via onderzoek van militaire stamboeken is de familie Hoed verder in detail onderzocht.

Op deze manier heeft Kevin diverse mensen en hele families kunnen achterhalen. Hij heeft gebruik gemaakt van diverse bronnen. Vol enthousiasme heeft hij diverse andere voorbeelden gegeven.

Kevin presenteerde zijn verhaal met veel toewijding. Iedereen heeft genoten van zijn deskundigheid over het familie leven in Nederlands-Indië. Er werd ruim tijd gemaakt voor vragen. De presentatie was voor iedereen waardevol en na een laatste applaus en bloemen kon Kevin zijn boeken verkopen en signeren.

Tekst: Rob Adolphs, vrijwilliger Stichting Arjati

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

%d bloggers liken dit: